Congres 2011: Liz Lalor

LizLalor

"Understanding Destructive Disease"

Liz Lalor was reeds te gast bij het CKH in 2008. Haar lezing werd toen bijzonder gesmaakt en Liz zou een tweedaags seminarie verzorgen in 2010, had de vulkaan Eyjafjallajökull daar geen stokje (of liever een stofwolk) voor gestoken. In september 2011 lukte het dus wel: Liz Lalor was present in Antwerpen en deelde met een betrokken en belangstellend publiek haar systeem om een casus ten gronde te begrijpen, te analyseren en tot een gepast middel te komen. Dat systeem is gebaseerd op een diepgaand begrip van de delusion rubrieken in het repertorium, geclassificeerd analoog aan de vijf stadia van het verwerkingsproces zoals beschreven door Elisabeth Kübler-Ross. Liz gaat er van uit dat destructieve pathologie verband kan houden met een dermate diep trauma dat mensen zich wel moeten terugtrekken in bepaalde waanideeën om de té pijnlijke werkelijkheid te ontlopen of voor zichzelf te plaatsen omdat alles beter is dan de ondraaglijke pijn te voelen.

Ze heeft ook een diep begrip van de middelen vanuit deze delusion rubrieken. Zo stelt ze dat Arnica “valt” vanuit zijn hoge positie van idealisme en daarbij pijnlijk met de werkelijkheid in aanraking komt. Is dit het verhaal dat de patiënt vertelt, en komt daarbij nog het trauma-gevoel, de shock en de voorspelling dat het met hem gedaan is, dan is de casus inderdaad snel en zeker opgelost, ook al gaat het hier niet over een kneuzing maar over het Parkinson-syndroom. Interpreteert men het “Peter Pan” syndroom, zoals de patiënt het noemt, als een acuut miasma à la Sankaran, dan komen de methodes wel heel dicht bij elkaar.

Verhelderend was hoe – afgezien van de keuze van rijk of familie met de hulp van het Sankaran-systeem – middelen geëlimineerd konden worden omdat hun kernwaanideeën niet pasten in de categorieën die bij de patiënt hoorden. Zo werd Kali-Bromatum als schijnbaar best passend middel in de repertorisatie verlaten voor Spongia, vanuit het begrip dat Spongia bevestiging van buitenaf nodig heeft om haar eigen innerlijke waarheid te herkennen.

Heel belangrijk, stelt Liz, is dat er consistentie moet zijn in de klacht, de manier waarop de patiënt in het verwerkingsproces staat en de manier waarop hij zich uit. Indien een middel uit de repertorisatie komt dat geen consistentie vertoont met àlle elementen in de casus, is het geen passend middel.

Met een knappe Luna casus toonde Liz dat ze zich niet beperkt tot een handvol goed gekende middelen. Ze was evenwel onmiddellijk bereid om te erkennen dat 20% van de gevallen in haar praktijk onopgelost blijven simpelweg omdat ze de middelen niet kent en ze niet in het repertorium opgenomen zijn.

De snelle en bijzonder positieve resultaten die duidelijk blijken uit de vervolgconsulten – Liz toont geen intakes maar vervolgconsulten ter illustratie van haar casuïstiek – liegen er niet om: ook bij hele destructieve aandoeningen als auto-immuunziekten en zwaar psychisch lijden kan homeopathie aanzienlijke verlichting bieden. Daarbij blijft ze nuchter en hamert ze er voortdurend op dat ook in de handen van de homeopaat ongeneeslijk zieken zullen sterven. Af en toe confronteerde ze het publiek dan ook zowel met de eigen sterfelijkheid als met de onmacht van de hulpverlener.

Een seminarie dat vragen en bedenkingen oproept en vast en zeker nog lang blijft nazinderen in de gedachten van de deelnemers.