index = Index

ACHTERGROND EN HISTORIEK VAN DE KLASSIEKE HOMEOPATHIE

hahnemannDe grondlegger van de homeopathie, Samuel Christian Hahnemann, werd in 1755 geboren in Meissen, Duitsland. Omdat hij bijzonder begaafd was, kreeg hij de mogelijkheid te studeren hoewel zijn familie niet welgesteld was. In 1779 studeerde hij af als arts en startte hij zijn eigen praktijk. Hij verhoogde zijn inkomen door het vertalen en schrijven van artikels en boeken.

Zijn werk als arts schonk hem echter geen voldoening. In zijn geschriften fulmineerde hij tegen de hardvochtige medische praktijken van zijn tijd. Hij ging heftig te keer tegen het aderlaten, het gebruik van bloedzuigers, het koppen zetten, het purgeren en de drastische doseringen van medicijnen met al hun neveneffecten. Hahnemann raakte steeds meer teleurgesteld in de conventionele geneeskunde.

Uiteindelijk gaf hij zijn werk als arts op en ging hij als vertaler werken om in het onderhoud van zijn inmiddels groot gezin te voorzien.

index

DE BASISPRINCIPES VAN DE KLASSIEKE HOMEOPATHIE:
HET GELIJKSOORTIGHEIDSPRINCIPE

Toen Hahnemann in 1790 een vertaling maakte van de Materia Medica van dokter William Cullen, stootte hij op een passage over de werking van kinabast. In zijn boek beweerde Cullen dat kinine, een substantie uit de bast van de kinaboom, een goed middel tegen malaria was omwille van zijn adstringerende (bijtende) eigenschappen. Maar als arts en scheikundige nam Hahnemann met deze uitleg geen genoegen want hij kende veel krachtigere adstringerende middelen die totaal geen effect hadden op malaria. Hij besloot de werking van kinabast uit te proberen op een gezond mens, om te beginnen op zichzelf. Hij nam verscheidene dagen kinine in en noteerde zorgvuldig zijn reacties. Tot zijn verbazing begon hij het ene malariasymptoom na het andere te ontwikkelen. Telkens hij een dosis kinine innam kwamen de symptomen verscheidene uren lang terug. Wanneer hij zichzelf geen kinine toediende, had hij geen symptomen. Was dit de reden waarom malaria door kinine werd genezen?

Op deze wijze (her)ontdekte Hahnemann de natuurwet waarop de homeopathie is gebaseerd: het gelijksoortigheidsprincipe. similiaHippocrates (5de eeuw v. Chr.) en Paracelsus (1493-1541) hadden al eerder dit principe geformuleerd. Hippocrates was een Griekse arts die beschouwd wordt als de vader van de geneeskunde. Hij was de eerste die dacht dat ziekte een natuurlijk proces was en geen goddelijke invloed. In zijn opvattingen stond het idee centraal dat nauwkeurige observatie van de symptomen, kenmerkend voor een bepaald persoon, evenals zijn reactie op de ziekte moesten worden meegenomen bij het stellen van een diagnose. Hij geloofde ook dat de eigen geneeskracht van de patiënt essentieel was bij het kiezen van het juiste geneesmiddel, en dat die moest worden gestimuleerd.

Hippocrates beschikte over honderden geneesmiddelen. Eén van de beste voorbeelden die hij gaf van ‘het gelijke met het gelijkende genezen’ was het gebruik van de wortel van Veratrum Album (witte nieswortel) bij de behandeling van cholera. In grote doses is deze giftige wortel een sterk purgeermiddel en veroorzaakt daardoor ernstige uitdroging, vergelijkbaar met de symptomen van cholera.

De medische behandelingen uit die tijd waren echter gebaseerd op de wet van de tegengestelden, die bepleitte dat een ziekte moest worden behandeld met een stof die in staat was bij een gezond mens tegengestelde symptomen te veroorzaken. Het behandelen van diarree met een stof als aluminiumhydroxyde, die constiperend werkt, is een voorbeeld van een behandeling volgens de wet van de tegengestelden. De theorie van Hippocrates dat het gelijke met het gelijkende kan worden genezen en zijn idee voor iedere patiënt afzonderlijk iets voor te schrijven, geraakte op de achtergrond.

Pas aan het begin van de 16de eeuw, door het werk van de Zwitserse arts Paracelsus, werd dit principe weer opgerakeld. Paracelsus vond ook dat artsen rekening zouden moeten houden met de eigen natuurlijke geneeskracht van het lichaam. Het is Hahnemanns verdienste dat hij geneesmiddelen systematisch ging testen en in kaart brengen. Hij ontdekte dat een stof die bij een gezonde mens een aantal symptomen opwekte, deze bij een zieke persoon met dezelfde symptomen kon opheffen. Hij beschreef dit fenomeen als similia similibus curentur of het gelijke met het gelijke genezen en werkte dit principe uit tot een volwaardige geneeswijze.

index

PROVINGS OP GEZONDE PROEFPERSONEN

provingNa zijn test met kinine herhaalde Hahnemann de geneesmiddelproeven op gezonde proefpersonen met andere medicijnen die destijds werden gebruikt, zoals arsenicum en belladonna. Hahnemann merkte op dat de resultaten van de geneesmiddelproeven bij verschillende mensen varieerden.
proving2 Sommigen kregen een paar lichte symptomen, terwijl anderen hevig reageerden met een verscheidenheid aan symptomen. Het totaal van alle symptomen bij verschillende proefpersonen vormde het geneesmiddelbeeld voor elke stof die werd getest.

index

DE MINIMUM DOSIS

Paracelsus beweerde dat een giftige stof die een bepaalde ziekte veroorzaakte, die ziekte ook kon genezen als ze in zeer kleine doses werd toegediend. Dus niet alleen de stof op zich is belangrijk. De dosis bepaalt of deze stof een ziekmakende of een genezende werking zal hebben. Het door Hahnemann ontdekte gelijksoortigheidsprincipe had een bijna revolutionaire omslag in het denken tot gevolg.

Maar het omzetten in de praktijk stuitte aanvankelijk op grote moeilijkheden: de bijwerkingen van de gedeeltelijk zeer giftige stoffen waren soms zo ernstig, dat een kuur weer moest worden afgebroken. Hahnemann probeerde de werking van de stoffen af te zwakken door ze eerst te verdunnen. Daardoor werden de stoffen weliswaar minder giftig, maar helaas ook minder geneeskrachtig. Na vele experimenten ontdekte hij tenslotte, dat als hij de stof eerst fijn wreef, daarna verdunde en deze oplossing vervolgens schudde, het gif onschadelijk werd gemaakt en tegelijkertijd de geneeskracht vergroot werd. Hahnemann stelde vast dat de werking niet verloren ging, maar zelfs krachtiger werd naarmate hij verdunde en schudde. Dat leidde tot de aanduiding ‘potentiëren’ of ‘dynamiseren’.

Er is veel modern wetenschappelijk onderzoek verricht naar het gebruik van hoge verdunningen in de homeopathie en de werking ervan is meermaals aangetoond in klinische proeven, en zelfs in laboratorium en in vitro-opstellingen. Een overzicht is te vinden op de website van het Homeopathy Research Institute.

index

HET ORGANON

aphorism1Van 1810 tot 1843 wijdde Hahnemann zich aan het onderzoeken en verder uitwerken van zijn nieuwe geneesmethode. Zijn bevindingen schreef hij neer in het Organon der geneeskunst. Organon wil letterlijk zeggen, ‘werktuig’, ‘instrument waarvan men zich bedient’, ook wel ‘het voltooide werk zelf’.

De belangrijkste paragrafen uit dit werk worden hieronder samengevat:

- Het hoogste ideaal van genezen is een snel, zachtzinnig en duurzaam herstel van de gezondheid.

- Als de mens gezond is heerst de spirituele levenskracht of Dynamis. Ziekte is niets anders dan een verstoring, ontstemming van deze vitale kracht.

- Er worden geen ziekten behandeld, alleen zieken. De totaliteit van alle symptomen en omstandigheden wordt in rekening genomen voor de keuze van het geneesmiddel.

- Om de geneeskrachtige werking van een stof te leren kennen, moet men elke stof afzonderlijk in een kleine dosis bij gezonde mensen toedienen (provings).

- Het herstelproces voltrekt zich dankzij de overeenkomst tussen de symptomen van de natuurlijke ziekten en die van de geneesmiddelen (gelijksoortigheidsprincipe).

- De middelen worden gedynamiseerd, gepotentiëerd om hun innerlijke krachten tevoorschijn te laten komen.

- Er wordt éénmalig één dosis van het middel ingenomen en niet herhaald zolang er vooruitgang opgemerkt wordt.

index

ZIEKTE EN GEZONDHEID

Volgens Hahnemann houdt een dynamisch principe, de vitale levenskracht, alle delen van het organisme in een bewonderenswaardig harmonisch evenwicht (wij zouden kunnen spreken van homeostase), zodat de met verstand toegeruste psyche zich vrij van dit levende, gezonde instrument kan bedienen voor de hogere bedoelingen van zijn bestaan. Hahnemann bedoelt dat gezondheid gelijk staat aan vrijheid op emotioneel, mentaal en fysiek vlak. Een verstoring of ontstemming van diezelfde levenskracht bezorgt het organisme nare gewaarwordingen en laat het abnormaal functioneren, wat we ziek noemen.

Dus verstoring wordt als het ware gesignaleerd door de totaliteit van de symptomen die ze teweegbrengt en als ziekte naar buiten presenteert. De verstoring kan zich op verschillende manieren manifesteren. Het organisme kan fysieke klachten ontwikkelen zoals verkoudheid, griep, angina, reuma, eczema, otitis (oorontsteking), braken, diarree, artrose, of maagzweren. Sommige mensen gaan mentaal of emotioneel onderuit en voelen zich futloos, hebben geen energie, slapen slecht, verliezen hun levenszin, ontwikkelen een depressie, durven niet tussen de mensen te komen, hebben onverklaarbare angstaanvallen, enzovoort.

Een klassieke geneeskundige diagnose is een bundeling en benoeming van een aantal symptomen volgens een consensus binnen de geneeskundige wetenschap.

Een homeopathische diagnose is gebaseerd op de overeenkomst van een homeopathisch geneesmiddel met het totale beeld van de klachten op zowel fysiek, mentaal als emotioneel vlak. Wat is de oorzaak van een verstoring van de vitale kracht? Een samenspel van constitutionele vatbaarheid versus immuniteit, fysieke en mentale conditie versus stress (fysieke, emotionele, mentale, en omgevingsstress), en blootstelling aan een trigger (bijvoorbeeld een ziektekiem of een gebeurtenis zoals het plots overlijden van een dierbare) kan ervoor zorgen dat de vitale kracht verstoord wordt. Ziekte is zowel een alarmsignaal als een poging om deze verstoring te verhelpen. Veel ongemakken genezen vanzelf, maar af en toe heeft de natuur een zetje nodig.

index

DE HOMEOPATHISCHE MIDDELEN

Homeopathische middelen hebben een dynamische werking en prikkelen het organisme om te reageren op een unieke individuele manier op de verstoring die zich ook kenmerkt door unieke en individuele tekens en symptomen. Men kan het homeopathische middel beschouwen als een kunstmatige besmetting waartegen het organisme gaat reageren.

Eén enkele inname volstaat om de reactie op gang te brengen. Meerdere toedieningen van het middel kunnen de energetische impuls verstoren of hevigere reacties uitlokken dan nodig zijn. Vandaar de nadruk op de éénmalige toediening. Zolang er beterschap is zal men het middel dan ook niet herhalen.

index

OORSPRONG VAN DE HOMEOPATHISCHE MIDDELEN

Homeopathische middelen kunnen gemaakt worden van elke substantie die men in de natuur of elders kan terugvinden.

index

PLANTAARDIGE OORSPRONG

pulsatillaMen kan gebruik maken van de plant in zijn geheel zoals voor Pulsatilla en Arnica, of een gedeelte van de plant. Voor Ipeca gebruikt men de wortel, voor Ignatia de zaden. Voor de aanmaak van de homeopathische verdunningen wordt uitgegaan van de moedertincturen. De gebruikte moedertincturen moeten voldoen aan hoge eisen wat de kwaliteit betreft. Ze worden geanalyseerd op hun samenstelling en conform verklaard alvorens men overgaat tot verdunnen en dynamiseren.

index

DIERLIJKE OORSPRONG

apisOfwel wordt het dier in zijn geheel aangewend (bv. Apis, Cantharis), ofwel gebruikt men het gif (bv. Bufo, Lachesis), de secreties (bv. Sepia) of de orgaanweefsels (bv. Cartilago, nier, pancreas).

index

MINERALE OORSPRONG

mineraalMen bereidt middelen afkomstig uit natuurlijke mineralen zoals Plumbum of uit chemische verbindingen, zoals Calcarea Phosphorica.

index

DE VERSCHILLENDE POTENTIES:
DE DECIMALE VERDUNNING: D = DH = X = XH

potentiesDit is de tienvoudige verdunning. 1 druppel moedertinctuur met 9 druppels alcohol of water mengsel en 100 keer krachtig schudden geeft een D1 verdunning. 1 druppel D1 vermengd met 9 druppels alcohol/water en 100 maal schudden geeft een D2. En zo verder tot D3, D4, D5, D6, D12, D30.

index

DE CENTESIMALE VERDUNNING: C = CH = H

Dit is een 1 op 100 verdunning waarbij men bij elke stap ook 100 maal krachtig schudt. Dus door 1 druppel moedertinctuur te vermengen met 99 druppels alcohol of water en vervolgens 100 maal krachtig te schudden, bekomt men een 1CH verdunning.

index

DE KORSAKOFF VERDUNNING: K

Hierbij behoudt men steeds hetzelfde flesje. Men start van 1 druppel oerstof die men vermengt met 99 druppels alcohol of water en vervolgens 100 maal schudt. Hierna giet men het flesje leeg en vult men het opnieuw met 99 druppels alcohol of water met de veronderstelling dat er 1 druppel op de wand is blijven hangen. Het is dus ook een 1 op 100 verdunning maar minder nauwkeurig dan de CH verdunning waar men steeds precies één percent neemt en aanbrengt in een nieuw flesje. Deze methode is een éénglasmethode en heeft het voordeel dat ze machinaal kan uitgevoerd worden. De bereiding van een 200K neemt met de moderne computergestuurde Korsakov-machines een goed uur in beslag.

index

DE LM VERDUNNING: LM = 50M = L/M = O/LM = O/X

De LM potenties zijn de laatste die Hahnemann in zijn leven heeft gebruikt en besproken in zijn 6de editie van het Organon. Het was Hahnemanns bedoeling een methode te vinden waarbij geen beginverergering optrad. Doordat het wegens erfeniskwesties 80 jaar heeft geduurd voordat deze laatste editie is verschenen, zijn deze potenties niet zo populair. De eerste volgelingen van Hahnemann hadden geen weet van hun bestaan. Het is pas in de jaren 1940-1950 dat men testen is beginnen uitvoeren.

Voor de bereiding van de LM-potenties vertrekt men in feite van een C3. Men verwrijft namelijk 1 grein (62mg) stof gedurende 1 uur met 100 grein melksuiker. 1 grein van dit mengsel wordt met 100 grein melksuiker verwreven gedurende nog 1 uur. En zo nog een derde maal. Dit levert de C3 verdunning op waarvan men 1 grein oplost in 500 druppels alcohol of water. 1 druppel hiervan wordt vermengd met 100 druppels alcohol en dit wordt 100 maal krachtig geschud. 500 globuli worden bevochtigd met 1 druppel van dit mengsel en dit levert de 1LM. 2LM wordt bekomen door 1 globulus in een nieuw flesje op te lossen met 100 druppels alcohol of water, 100 maal te schudden en hiervan 1 druppel op 500 globuli te brengen. Het resultaat is een verdunning van 100 keer 500, dus 1 op 50.000.

Voor de toediening van de LM-potenties raadde Hahnemann aan 1 globulus op te lossen in een flesje water met een inhoud equivalent aan 40 eetlepels. Tussen elke inname dient men 8 tot 12 maal te schudden en telkens een koffielepel in te nemen. In chronische gevallen elke dag of om de 2 dagen, in acute gevallen zelfs elke 2 à 6 uur. Zolang er verbetering optreedt, zet men de inname verder. Van zodra er echter een verergering optreedt, stopt men de inname.

index

INNAME VAN DE HOMEOPATHISCHE MIDDELEN

Granuli, globuli en tabletten mogen niet met de handen aangeraakt worden omdat het homeopathisch middel zich op de buitenkant van de vorm bevindt. Een uitzondering hierop vormen de tabletten die industrieel vervaardigd worden. Het geïmpregneerd poeder wordt hierbij tot tabletten gestampt waardoor de actieve stof in de tabletten zit en niet erop.

De laboratoria ontwikkelden voor de granuli handige vormen om de dosering per granule mogelijk te maken zonder ze te moeten aanraken. Men laat de korrels of tabletten onder de tong smelten om absorptie via de slijmvliezen van de mond en slokdarm mogelijk te maken. Druppels worden minstens 15 seconden in de mond gehouden alvorens ze door te slikken. Homeopathische middelen worden best niet bij de maaltijd ingenomen, maar minstens een half uur vóór het eten of anderhalf uur na het eten. ’s Morgens nuchter is natuurlijk het meest geschikte moment. De reden hiervoor is dat het middel via de slijmvliezen van mond en keel wordt geabsorbeerd en geïntegreerd in het organisme. Eten en drinken spoelen het middel weg en vermindert de contactduur. Het overmatig gebruik van koffie, thee, munt, alcohol, tabak, ... wordt vaak afgeraden tijdens de homeopathische behandeling. Wetenschappelijk bewijs hieromtrent bestaat niet. Munt moet wel vermeden worden vóór de inname van het homeopathisch middel omdat munt vaatvernauwend werkt en daardoor de absorptie vermindert.

Bij een éénmalige inname van een homeopathisch middel mag de volgende dag zonder problemen munt geconsumeerd worden. Zowel de duur als de dosering van de behandeling zijn individueel aan te passen. De echte klassieke homeopaat geeft slecht één middel mee, voor een éénmalige inname, en laat de patiënt na een aantal weken terugkomen. Naargelang de ontwikkelingen zal hij besluiten of het middel al dan niet moet herhaald worden, of eventueel een ander middel moet toegediend worden.

index

DE BEHANDELING

Ieder homeopathisch middel is dus in staat bij proefpersonen een bepaalde verandering in de toestand, het gemoed en het subjectief gevoel van welbevinden te veroorzaken. Het zorgvuldig noteren van al deze veranderingen geeft ons het geneesmiddelbeeld. Het werk van de homeopaat bestaat erin het ziektebeeld van de patiënt zorgvuldig te observeren en te noteren en overeenkomend met dit beeld een homeopathisch middel te vinden dat bij gezonde mensen dezelfde symptomen teweeggebracht heeft. De bedoeling is dus een zo volledig mogelijk beeld van de persoon te krijgen. Men vangt zowel de verbale als non-verbale signalen op.

De homeopaat haalt zijn informatie uit wat hij observeert, uit wat de patiënt bewust zegt en uit de onbewuste signalen. Het vergt een grote inspanning, een diepe concentratie en een dosis inlevingsvermogen om op een tweetal uur een tamelijk scherp beeld te krijgen. Iedereen is uniek en het komt erop aan de individualiteit van de patiënt recht te doen. Daarom neemt de homeopaat vooral die symptomen in aanmerking, die eigenaardig, speciaal en zeldzaam zijn.

De kans op genezing door een homeopathisch middel neemt dus toe naargelang het geneesmiddelbeeld voor de homeopaat duidelijk is. Het spreekt voor zich dat indien dit ziektebeeld door uitwendige factoren gewijzigd wordt, het overeenkomstig geneesmiddelbeeld moeilijk te vinden is. Door krachtige allopathische behandelingen die vaak onderdrukkend en niet-genezend werken, wordt het ziektebeeld onduidelijk, vervormd en wordt het voor de homeopaat een moeilijke opgave.

Als het similimum echter goed gekozen is, dan herstelt de orde en harmonie zich. De patiënt zal ervaren dat hij zich in geen tijden zo goed gevoeld heeft. De klachten zijn eenvoudig weggebleven, emotionele problemen zijn gesmolten als sneeuw voor de zon. Hij voelt zich energiek en vol levenslust en oude twijfels of zorgen zijn verdwenen. De intensiteit van de toestand waarin hij verkeerde is drastisch afgenomen of verdwenen. De dwangmatigheid in voelen, denken en handelen is weg. De patiënt heeft een kwantumsprong gemaakt naar vrijheid en gezondheid.

index

BEGINVERERGERING OF AGGRAVATIE

Wanneer we een patiënt een homeopathisch middel toedienen, blijkt soms dat er gedurende korte tijd een verergering van de symptomen optreedt. Dit noemt men de primaire werking. Daarop volgt de secundaire reactie, die hoort bij de kracht die ons leven in stand houdt en automatisch in zijn werk gaat. Herstel volgt. Een beginverergering heeft soms te maken met de dosering van het homeopathisch middel. Het is belangrijk de aanwijzingen van de homeopaat op te volgen.

index

DE REGEL VAN HERING

Eén van de belangrijkste Amerikaanse homeopaten van de eerste generatie, de geëmigreerde Duitse arts Constantine H. Hering (1800-1880), stelde vast dat men alleen van een echte, langdurige genezing kan spreken, wanneer het verdwijnen van de symptomen volgens een vast schema verloopt. Dit is de zogenaamde ‘regel van Hering’. Deze luidt als volgt: “Genezing verloopt van boven naar beneden, van binnen naar buiten, van de belangrijke naar de onbelangrijke organen, en in omgekeerde volgorde als die waarin de symptomen zijn opgetreden.” Denk maar aan het verloop van winterpokken. De erupties beginnen aan het hoofd en zijn daar al aan het genezen wanneer ze aan de extremiteiten pas ontstaan.

In de praktijk wordt dit fenomeen steeds opnieuw bevestigd. Bij de behandeling van bijvoorbeeld een astmapatiënt stelt men in de loop van de behandeling vast dat de ademhalingsproblemen beter gaan maar dat er eczema optreedt. Bij verder ondervragen van de patiënt ontdekt men dat hij vroeger al met dit eczema te kampen had en dat dit toen met één of andere onderdrukkende zalf behandeld is geweest. Dit is dus niet een optreden van een nieuwe ziekte maar een genezingsproces.

Het opnieuw optreden van oude klachten bij een homeopathische behandeling is dus een goede evolutie en wil zeggen dat de patiënt op weg is naar genezing. Vermits in de klassieke homeopathie de mens wordt aanzien als een geheel, wordt er geen scheidingslijn geplaatst tussen lichaam en geest. Als het lichaam dus bevrijd is van zijn fysieke klachten maar er geestelijk en mentaal op achteruit gaat, dan spreekt men niet van een genezing. Integendeel, dan treedt er een verschuiving op van de periferie naar het centrum en dus een verergering van de toestand. Men spreekt in de klassieke homeopathie pas van een geslaagde behandeling als de patiënt zowel op fysiek, mentaal als emotioneel niveau beter functioneert.

Dit resulteert in een vrijer handelen en voelen.

index

VERSCHIL MET COMPLEXHOMEOPATHIE EN ISOPATHIE

De complexhomeopathie of samengestelde homeopathie is uit de unitaire ontstaan. De gedachtengang achter de complexhomeopathie is dat het samenbrengen van verschillende geneesmiddelbeelden in één formule (door verschillende middelen in één formule te steken) een grotere kans heeft op werking dan een enkelvoudig middel. Zo is bij griep bijvoorbeeld in sommige gevallen Bryonia aangewezen. Bij een andere persoon zal eerder Aconitum of Eupatorium Perfoliatum of Gelsemium aangewezen zijn. Het samenbrengen van deze 4 courant voorgeschreven middelen bij griep in één formule geeft een homeopathisch complex. Dit heeft een grotere dekkingskans dan bijvoorbeeld Aconitum alleen. Het voordeel is dat dergelijke middelen geen uren consult meer vragen en dus vrij vlug aangeraden kunnen worden door de apotheker. Men geeft dan een homeopathisch middel mee tegen griep, hoest, hoofdpijn, angina, reuma, ...

Men is in de complexhomeopathie genoodzaakt om met lage potenties te werken omdat wegens hun specifieke energetische eigenschappen hoge potenties niet samengevoegd kunnen worden. Door met potenties te werken die lager liggen, werkt men ook veel minder diepgaand. Men pakt de verstoring niet op het basisniveau aan. Homeopathische complexmiddelen kunnen symptomen onderdrukken, vandaar dat ze niet te combineren zijn met een klassieke homeopathische behandeling. Het komt namelijk vaak voor dat na één klassiek homeopathisch middel, in één enkele inname, een aantal oude symptomen terug opflakkeren.

Het komt ook vaak voor dat eliminatieverschijnselen optreden omdat er na vele onderdrukkende therapieën eerst grote opschudding en chaos ontstaat bij een patiënt op weg naar genezing. Deze verschijnselen zijn niet altijd zonder hinder. Om deze te verzachten heeft men dan de neiging om naar complexmiddelen te grijpen. Dit kan echter een diepgaande genezing belemmeren. Het is in dergelijke gevallen beter contact op te nemen met de klassieke homeopaat. De voorloper van de echte nosodetherapie is de isotherapie die wordt toegeschreven aan de Duitse dierenarts Wilhelm Lux (1820), die voor het eerst schurftige en snotterige dieren met gepotentieerd eigen bloed en neusslijm behandelde (i.p.v. met het moeilijk te vinden simile).

Nog vroeger, nl. 800 v. Chr. vinden we hetzelfde principe terug bij de Chinezen. Zij lieten de eigen urine snuiven (absorptie van de damppartikels door het neusslijmvlies) teneinde genezing te bekomen. In de isotherapie gaat men de restproducten uit eigen lichaam, zoals urine, faeces, bloed, traanvocht, zweet, slijm, ... verdunnen en dynamiseren. Vervolgens wordt de gepotentieerde vorm ingenomen. In de organotherapie gaat men organen verdunnen en dynamiseren.

Om ethische redenen zijn de organotherapeutische preparaten niet gemaakt van menselijk weefsel (dood weefsel is niet bruikbaar) en gebruikt men voor deze doeleinden dierlijk organisch weefsel. Vermits het varken fysiologisch het dichtst bij de mens staat, wordt dit doorgaans gebruikt.

index

SOORTEN ZIEKTEN

In de klassieke homeopathie wordt onderscheid gemaakt tussen chronische ziekten en acute ziekten. Chronische ziekten beginnen gewoonlijk geleidelijk, gaan gepaard met opstoten, en genezen nooit echt. De opstoten worden vaak verward met echte acute ziekten. Het vergt veel deskundigheid om deze chronische ziekten homeopathisch te behandelen. Het is ook niet aangeraden om de opstoten ervan met zelfmedicatie te lijf te gaan. Door een dergelijke handelswijze, namelijk door onderdrukking van de symptomen, kan de chronische ziekte op termijn zelfs nog verergeren.

Echte acute ziekten daarentegen hebben een aanloop, een heftig verloop en verdwijnen restloos na afloop. Acute ziekten zijn niet altijd onschuldig, sommige virusinfecties kunnen snel een dramatische wending nemen. Meestal echter kan een sterk immuunsysteem zonder veel hulp de acute ziekte overwinnen. Epidemieën zoals de jaarlijkse seizoensgriep horen tot de acute ziekten. Hierbij gaat het over virulente ziekteverwekkers die erg besmettelijk zijn en waarvoor een grote bevolkingsgroep vatbaar is. Iedere epidemie heeft zo haar specifieke kenmerken, waardoor het soms mogelijk is enkele typische middelen voor een bepaalde epidemie te selecteren.

In dat geval kunnen ook personen uit de omgeving van een zieke preventief een dergelijk middel innemen om zichzelf tegen de epidemie te beschermen. Tenslotte zijn er de eenmalige acute ziekten, die een levenslange immuniteit bieden, met name de kinderziekten. Wanneer deze zonder complicaties verlopen, is een behandeling in principe niet nodig. Voor zelfmedicatie komt tenslotte nog in aanmerking de behandeling van kleine ongemakken die geen invloed hebben op het vitale: een enkel verzwichten, pijnlijke spieren na hard labeur, een zonnesteek enz.

index

ONDERZOEK

De laatste decennia gaat binnen de klassieke homeopathie veel aandacht naar onderzoek. Verschillende onderzoekswebsites rapporteren regelmatig over de stand van zaken. Zo werkt het Homeopathy Research Institute in Londen aan een elektronische database van alle gecontroleerde klinische onderzoeken uitgevoerd tussen 1940 en 1988. Daarbij wordt gewerkt aan onderzoeksmodellen die rekening houden met de eigenheid van homeopathie: de invidualisering van de behandeling is een struikelblok voor dubbel blind onderzoek. De homeopathische gemeenschap pleit voor een methodologie die rekening houdt met de dagelijkse praktijk, genezen gevallen, en evenzeer twijfelachtige gevallen en mislukkingen, om de werking van een bepaalde remedie in een specifieke klinische setting te verifiëren.

Onderzoek vindt evenwel eveneens plaats in laboratoriumsettings op celniveau en op proefdieren. Zeer recent bestudeerde de Indische professor Khuda-Bukhsh in samenwerking met o.a. Philippe Belon, medewerker van Boiron, het mogelijke mechanisme achter de werking van gepotentieerde Secale Cornutum op huidpapilloma in muizen. Niet alleen de werking van homeopathie op de klinische symptomen, ook het effect ervan op de levenskwaliteit is herhaaldelijk aangetoond, onder andere in een studie uitgevoerd door Anelli, Scheepers, Sermeus en Van Wassenhoven in 2002.

index

REFERENTIES

- http://hpathy.com/scientific-research/

- http://homeoinst.org

- http://www.modernhomoeopathy.com/evidence_based_homeopathy.htm

- Homeopathy and health related Quality of Life: a survey in six European countries. Anelli M, Scheepers L, Sermeus G, Van Wassenhoven M. CONSEUR: European Consumers Association, Brussels, Belgium. Homeopathy. 2002 Jan;91(1):18-21.

- Modulation of Signal Proteins: A Plausible Mechanism to Explain How a Potentized Drug Secale Cor 30C Diluted beyond Avogadro’s Limit Combats Skin Papilloma in Mice. Anisur Rahman Khuda-Bukhsh, Soumya Sundar Bhattacharyya, Saili Paul, Suman Dutta, Naoual Boujedaini and Philippe Belon. eCAM 2009; 1-12

Deze lijst vertegenwoordigt slechts een greep uit de extensieve beschikbare literatuur en webpublicaties. Het is onmogelijk om iedere waardevolle bijdrage hier te vernoemen maar vanuit deze vertrekpunten kan iedere geïnteresseerde makkelijk zijn weg vinden in de overvloed aan informatie.